Loading...
Het drukproces

HET DRUKPROCES

Een offsetpers bestaat uit de volgende vier onderdelen:
  • de invoer;
  • de drukeenheden;
  • de uitvoer; en
  • het besturingsstation.

Tijdens de invoer wordt het papier in de pers geladen en komen de vellen allemaal in exact dezelfde positie in de pers terecht. De drukeenheden hebben elk een eigen kleur en kunnen maar één zijde van het papier bedrukken. Sommige persen hebben wel tien drukeenheden. De eerste vijf hebben exact dezelfde kleur als de tweede vijf, waardoor beide zijden van het papier in één keer afgedrukt kunnen worden. Tijdens de uitvoer gaan alle vellen door de drukeenheden en worden ze vervolgens gestapeld. In het besturingssysteem worden de instellingen van de drukmachine worden gespecificeerd. Zo worden de drukvellen tijdens het drukproces gecontroleerd door de drukker en de software.



HET OFFSETDRUKPROCES IN MEER DETAIL

Voordat de drukpers van start kan gaan, moeten de drukplaten ingeladen worden in de drukeenheden. Hierbij is extreme voorzichtigheid nodig, omdat zelfs de kleinste krasjes op de drukplaten zichtbaar kunnen worden in de afdruk.


Alle platen moeten nauwkeurig ofwel geregisterd op elkaar afgestemd worden. Elke drukplaat heeft registratietekens en registratiegaten zodat ze exact op dezelfde plaatst worden geplaatst en gecontroleerd kunnen worden.



De pers plaatst automatisch de drukplaten op de cilinder die tegen een andere cilinder met een rubberen deken gedrukt kan worden. De inkt hecht zich daaraan als een stempel en wordt vervolgens op drukvellen afgedrukt.


De inkt wordt door een leidingsysteem uit een centraal punt opgehaald. De eerste vier kleuren zijn in de meeste gevallen cyaan, magenta, geel en zwart. Individuele kleuren of vernissen worden soms geplaatst op de vijfde unit.


Bepaalde gebieden van beeld elementen (illustraties of tekst) hebben soms een intensere kleur dan andere. De software stelt van tevoren vast dat voor die plekken meer inkt naar een kanaal moet worden verstrekt over de inktrollers. De software past dit automatisch aan voor iedere kleur ofwel iedere drukeenheid.


DE PERS IS KLAAR OM TE STARTEN

De stapel papier wordt in de pers geladen en zorgvuldig afgestemd op de inleg. De inleg pakt met zuignappen de vellen op en voert ze een voor een in de pers. De dubbele-papiercheckers voorkomen dat twee vellen of meer aan elkaar plakken en tegelijk door de machine gaan. Vervolgens positioneren twee aanleggers elk vel accuraat en consistent, zodat ze exact in dezelfde positie en met een perfect register in de pers komen.


Een grijpermechanische trek het vel in de eerste drukeenheid. De inktinvoer voert de inkt van bovenaf geleidelijk door naar de eerste cilinder. Daarop zit de drukplaat gemonteerd, aan het oppervlak waarvan de inkt goed kan hechten. Een voorbewerking van deze platen bepaalt waar de inkt zich goed kan hechten. Vervolgens wordt de gehechte inkt op een rubberen doek van de tweede cilinder overgedragen. Deze dient als een stempel die de inkt op het doorgevoerde papier afdrukt.


Uiteindelijk trekt de laatste grijper het vel in de uitvoer en legt deze op de stapel. Op dat moment is de inkt nog nat, wat kan leiden tot aan elkaar klevende of afgevende vellen. Een soort poeder dat erop wordt gespoten voorkomt dit.


Tijdens het drukken controleert de pers zelf continue de registratie en kleurverzadiging. Die instellingen worden indien nodig automatisch aangepast. De drukker kan bovendien via het bedieningspaneel handmatig aanpassingen doorgeven. Ook neemt de drukker monsters om de kleur te controleren en controleert hij de registratie van de drukeenheden.


In de laatste fase wordt de oplage gebonden en gesneden. Het vel papier wordt in het formaat gesneden dat nodig is om de bedrukte vellen te vouwen, zo worden ook de pagina's in de juiste volgorde worden geplaatst. Tot slot wordt de omslag met elke samengestelde set pagina’s gebonden en gesneden tot het eindelijke formaat.